2013

Autoreis via hotels door Marokko


18 februari.

In drie dagen rijden we naar het Spaanse Tarifa. De rit was lang en saai. In noord Spanje lag sneeuw en de rest van Spanje hebben we door de mist niet gezien.

In mist, kou en nattigheid verlaten we Tarifa en steken met een catamaran veerboot de zee over naar Tanger.

Ons eerste doel is Chefchaouen en we komen er achter dat februari niet de beste tijd van het jaar is voor een bezoek aan deze blauwe stad. Het is koud, het regent en onze romantisch ogende hotelkamer heeft geen verwarming. Het is overal steenkoud. 


We gaan naar Fez, de tweede stad van Marokko. Via het hotel regelen we een gids. De leerlooierijen, de pottenbakkers, kleedjes winkels, koperslagers, alles wat een toerist van Fez moet hebben gezien hebben we gezien. 


Na de 'must see' Fez en het groene maar regenachtige noorden volgt na de bergen een warm en droog landschap. Geen verkeer, geen groepen toeristen, geen campers, gewoon helemaal niets. Heerlijk! 

In Zaida zien we langs de weg stalletjes met tajines. We stoppen zo maar ergens, krijgen uitleg van de eigenaar en laten ons het eten goed smaken. Wat zijn die stoofpotjes lekker!

We overnachten nabij Er Rich in de zwoele sferen van Kasba Dounia waar 's-avonds achter gordijntjes de drank rijkelijk vloeit. 


Na Kasba Dounia vervolgen we onze weg door een kaal en steenachtig landschap met af en toe zicht op een groene vallei. We bezoeken 'la source bleu', de bron van een rivier en rijden daarna door een verlaten landschap en zandstormen naar Merzouga waar we een hotel hebben geboekt.

Bij la source bleu kun je ook kamperen. Het is een mooie plek zo tussen de palmen. Een nadeel is de onverharde en nogal steile toegangsweg. Een camperaar die met zijn slippende voorwiel aangedreven camper de helling niet op kon komen, stond nu een deel van zijn bagage uit te laden. 

 

De afslag naar Merzouga kan niet missen, er staan genoeg borden van de hotels en andere onderkomens en daarna is het een kwestie van je stuur recht houden tot je bij de horizon bent. 

Het hotel is prachtig en we genieten van ons verblijf en het overheerlijke eten. Een ritje op een kameel met een overnachting in de woestijn laten we met plezier aan ons voorbij gaan.


Op weg van Merzouga naar Ouarzazate bevinden zich Qanats. Dit is een ondergronds watertransportsysteem dat meer dan 2000 jaar geleden door de Perzen werd ontwikkeld. Op enkele plaatsen wordt met geld van de VN het vervallen systeem hersteld. We stoppen en met een bewaker kan ik afdalen in één van de gangen. Dat was heel bijzonder. Toeristenbusjes raasden gewoon voorbij en voor de busjes die wel stopten was het niet meer dan een fotomoment met de mogelijkheid een souvenirtje te kopen.


We komen weer bij de bergen en rijden een van de bergkloven in. Als de toeristen hun fotomoment hebben gehad en de bussen omkeren rijden wij nog een stukje verder.

Volgens onze landkaart kun je niet van de Gorge de Todra doorsteken naar de Gorge du Dades. Maar volgens een kaart op de muur van een gebouw kan het wel. Als er niet veel meer over is van de weg, staan er mensen langs de weg die zich aanbieden als gids. Ze weten ons te overtuigen en met behulp van een van hen hebben we een prachtige route gereden. Onderweg zien we nomaden die in tenten wonen en als de weg is weggespoeld moeten we verder via de droge rivierbedding. Uiteindelijk komen we na zonsondergang in een stikdonkere nacht bij een dorp met een onderkomen voor de nacht. Hoe het heet en waar we zijn ...???? Wat ik wel weet is dat een gids deze keer heel erg nodig was.


Na een steenkoude nacht op een matras op de vloer, wacht de gids op een lift terug en gaan wij verder. De route door de Gorge du Dades en verder naar Ouarzazate is waanzinnig mooi. Op een dakterras in Ouarzazate eten we met uitzicht op de auto's van de Renault 4 club die haar jaarlijkse Marokko rally houdt. Achteraf gezien hadden we hier een paar dagen willen blijven, maar we gaan door en boeken even voorbij Zagora te midden van de dadeltuinen een kamer in een prachtige Riad in het dorp Amazraou. De weg gaat nog een paar kilometer verder richting de Algerijnse grens, maar dan is het afgelopen.

Markt in Zagora, daar moeten we naar toe.


Op de onverharde wegen met een wasbord wegdek zorgt de 4 wielaandrijving duidelijk merkbaar voor een betere wegligging. 

Op weg naar Taroudant krijgen we met enorme regenbuien te maken. Wegen en bruggen spoelen weg en bij het besproken pension komen we vast te zitten in de bagger. Alle wielen draaien maar de auto blijft staan waar die staat. Een andere auto moet ons weer lostrekken.

De stadsmuren van Taroudant zijn enorm, net als het aantal campers dat buiten de stad staat geparkeerd.


Het pension waar we overnachten is een tegenvaller en we blijven niet langer dan nodig. 

Door de Hoge Atlas waar sneeuw ligt gaat onze route naar Marrakesh. Was Marrakesh leuk?  Als je er van houdt dat iedereen je constant iets wil verkopen en runners voor restaurants gewoon de hele tijd letterlijk voor je voeten gaan staan misschien wel. Mijn wereld is dat niet.

Via een bijna verdronken en drijfnat Volubilis rijden we terug naar het noorden. In Tanger vullen we voor de laatste keer onze tank met goedkope diesel en gaan dan op zoek naar de haven en een loket waar ze een kaartje voor de ferry kunnen verkopen. Daarna zit de reis er op en resten ons nog drie dagen om weer naar huis te rijden.

 

Boven Parijs begint een sneeuwbui. We zitten aan de voorkant van de bui en kunnen blijven rijden. Later als we thuis zijn, zien we op het nieuws dat het verkeer op de Franse autosnelweg door de barre weersomstandigheden helemaal tot stilstand is gekomen. De automobilisten hebben er twee dagen vast gestaan.