2014

Je zou het begin van een reis moeten kunnen overslaan, maar helaas kan dat niet. Koud in Duitsland, nat in Oostenrijk maar daarna mooi weer in Slovenië. In de bossen van west Slovenië zijn de sporen van een onverwachte vorstperiode nog goed te zien aan de vele afgeknapte bomen. We rijden van oost naar west door het land om daarna door te reizen naar Krk. Een eiland met zo'n vreemde naam maakt nieuwsgierig.


Camping Njivice is groot maar daar merk je niet veel van. Het is natuurlijk nog voorseizoen. Alles is prima in orde en we blijven een paar dagen. In die tijd maken wat ritjes over het eiland, schieten hier en daar wat plaatjes en verlaten daarna Krk om naar de beroemde watervallen van Plitvice te gaan. Het weer is niet best, maar wat waar is, is waar; De watervallen zijn prachtig, ondanks - of misschien wel dankzij - de vele regen.

We komen letterlijk doorweekt terug op de camping.


Van het Nationaal Park Plitvice meren rijden we naar Nationaal Park Krka.

Na Krka rijden we langs de kust en zetten onze caravan neer op de camping bij Omis. De receptie is prachtig, maar de camping zelf is helemaal niets.

Een ritje door de bergen langs de Cetina is erg mooi. Bij Omis breekt de rivier door de bergen en stroomt in zee. Tegen de steile rotsen zijn veel bergklimmers hun sport aan het beoefenen.


We maken een zijsprong  naar Mostar. De camping kunnen we niet vinden en uiteindelijk komen we terecht op een boerencamping aan de Buna. Het is klein maar reuze vriendelijk. We staan naast de groententuin.

We bezoeken de stad Mostar met de beroemde brug. Bij de brug is alles weer spic en span voor de toeristen, maar daarbuiten is er nog veel oorlogsschade.

Na Mostar bezoeken we klooster Blagaj. Het klooster is gebouwd op een punt waar de ondergrondse rivier de Buna uit de rots stroomt. Door de vele regenval staat het terras bij het restaurant onder water. De watermolen niet ver van het klooster is in verval maar gaat volgens een bord gerestaureerd worden. Het weer is erg onbestendig met zware onweersbuien. We blijven niet lang en rijden via Positelj weer terug naar de kust.


We vinden een mooi plekje op camping Monika in Molunat. Het uitzicht is prachtig en er komt regelmatig een kudde schapen voorbij. Van hieruit bezoeken we de stad Dubrovnik en het beschermd gebied van de karst rivier de Ljute. Hier komen al sinds 1427 watermolens voor. Zij voorzagen de hele omgeving en de schepen van meel.


Door Montenegro rijden we om de baai van Kotor en bezoeken de gelijknamige stad. Bij Utjeha installeren we ons op een camping tussen de dikke olijfbomen. De oude havenstad Stari Bar is onze volgende bestemming. Er zijn diverse souvenir shops maar veel toeristen zien we niet. Het restaurant belooft een 3 gangen menu voor 6 euro en heeft geen klanten. Dat gaan we eens uitproberen. Conclusie: Eenvoudig maar niets mis mee.


Op naar Albanië. De weg van Shkoder naar Kukes is beeldschoon met bochten en hellingen en een prachtig uitzicht op besneeuwde bergen. We kunnen er lang van genieten want snelheden boven de 30 km/uur zijn niet mogelijk en het schiet dus niet op. De beoogde boeren camping is niet te vinden en de onverharde weg die er naar toe zou moeten gaan is te riskant voor een combinatie auto-caravan. We rijden terug en overnachten op de parkeerplaats bij de luchthaven van Kukes. Een heerlijke rustige nacht volgt. De dag er op gaat het verder door de bergen naar Peshkopi. De weg is prima maar de hellingen zijn niet mals. Een veewagen moet een deel van zijn lading koeien lossen omdat hij anders de helling niet op komt.


We rijden naar het meer van Ohrid. Lopen door het stadje, doen boodschappen in de supermarkt, bezoeken het klooster St Johan Bigorski en duiken daarna Albanië weer in.


Via Elbasan rijden we naar Urë Vajgurorë, niet ver van Berat, waar een bijna onvindbaar campinkje is. Het is niet veel, maar het is superschoon, vriendelijk en heel rustig. Van hieruit bezoeken we het mooie stadje en het kasteel van Berat.

Ook de omgeving van Berat heeft de nodige bezienswaardigheden. Zoals de Nikolaas kerk in Pehrondi die al in de 11e eeuw werd gesticht. De deur zit dicht maar al snel komt een mevrouw met een sleutel die voor ons de kerk opent. De kerk is nog steeds in gebruik.

 

En verder hoef je alleen maar rond te rijden en je te verbazen. Alleen de bodemvrijheid van je auto is bepalend voor hoe ver je komt. Hoe mooi moet het zijn om alleen met een paar goede schoenen en een rugzak op door dit land te trekken.


Van Berat willen we naar Kelcyre, maar als we de gele weg op de kaart eindelijk hebben gevonden blijkt dat die vrijwel onberijdbaar is. Een tegenligger stopt en weet te vertellen dat het 50 kilometer zo doorgaat. Vijftig kilometer in de eerste versnelling door kuilen en gaten; dat is een te zware aanslag voor alles waarmee ik op weg ben. Er zit niets anders op dan omkeren en een asfaltweg opzoeken. Zo beginnen we met veel vertraging aan een route die vele kilometers langer is dan gepland.

 

De laatste 20 kilometers komt geen einde aan. Door de vele gaten en wegverzakkingen ligt de snelheid tussen de 20 en 30 km/uur. Moordend, en ik vrees het ergste voor de caravan. Eenmaal op camping Farma Sotira zijn we helemaal op. Na een heerlijke warme douche gaan we naar het restaurant waar je de keuze hebt tussen vlees en vis. We gaan voor de vis en bestellen alles wat daar zoal bij hoort. Heerlijke salade, heerlijke forel, heerlijk flesje wijn, knapperende open haard, einde vermoeidheid. 


Uit de bergen van Albanië steken we bij Tre Urat (= drie bruggen) de grens over naar Griekenland. Wat een verademing om weer op goed asfalt te rijden. We gaan naar de kloosters van Meteora. Het grootste klooster is het minst mooi en heeft de meeste bezoekers. De kleine kloosters kunnen deze grote aantallen niet aan en zijn vele malen mooier. Rondrijdend zie je dat er ook nog kloosters zijn die niet in het toeristische rondje zijn opgenomen. Ze zijn niet toegankelijk.


Na een paar dagen Meteora kloosters en omgeving, pakken we de doorgaande weg en rijden naar het schiereiland Pilion. Op de camping hebben we een prachtige plek met zicht over zee. Iedere tocht over het schiereiland levert steeds weer mooie plaatjes op. De stoomtrein in Milius blijkt een vermomde diesel locomotief maar verder is alles echt.

We blijven een week langer dan voorzien op de camping want de lokale VVV en het klooster hebben de handen ineen geslagen en een oud gebruik nieuw leven ingeblazen; het zegenen van de huisdieren en het baden van de paarden in zee. Dat is over een week en dus blijven we nog even.

 

De Griekenland reis van de camperclub is ook gearriveerd. Ze staan bij elkaar op een apart gedeelte van de camping en hun informatie staat duidelijk op vellen papier aangegeven. 's Avonds hebben ze een folkloristische avond met zang en dans en wie staat daar tussen die donkere mannen... Als je ook even niet op let.


Van het Griekse schiereiland Pilion gaan we recht 'omhoog' naar Macedonië en rijden in één ruk naar Skopje. De camping is een keurig parkje bij een hotel met een eigen toiletgebouwen vol spinrag. Van hieruit bezoeken we de oude stad en gaan we opzoek naar de 'Matka Canyon'. Door een verkeerde afslag komen we in het 'echte ' Macedonië waar geen toeristen komen. Dat is toch wel even anders. Uiteindelijk komen we langs de wildwater kayak baan en een kerk met 15e eeuwse fresco's (fotograferen verboden) waar we willen zijn; een mooie kloof achter een stuwdam in de bergen.


De grens tussen Servië en Roemenië gaat over een stuwdam en juist daar wordt onderhoud gepleegd. In het niemandsland staan we uren in een lange rij te wachten tot we verder kunnen. Bij de grens moeten we een bijna haakse bocht maken en een paar uitsteeksels uit de muur van het douane gebouw bezorgen mij een fikse schade aan de caravan wand.

Eenmaal in Roemenië ontbreekt de tijd om bij een camping te komen. We vragen of we bij het restaurant overnachten. "Yes of course, welcome", en de juffrouw wijst het toilet dat we mogen gebruiken. Kijk dat is vriendelijk. De volgende dag gaan we over weg 67 door Nationaal Park Domogled. Erg mooi, maar jongens wat is die weg beroerd. Als ik een kuil over het hoofd zie vliegt de caravanspiegel uit de houder. Gelukkig niks kapot.  We zien fotogenieke bruggetjes en bekijken mooie kloosters.

Dan komt de volgende tegenslag, weg nr 66 naar Petrosani wordt opgeknapt. Kilometer na kilometer rijden we van het ene naar het andere verkeerslicht.  Bij het Nationaal Park Retezat staat precies hoe ik me voel; 'Retezat'.

 

Tegen de avond arriveren we afgedraaid in Aurel Vlaicu waar we een plekje vinden op de camping.


Vanuit Aurel Vlaicu zijn mooie tochten te maken zoals naar de restanten van een fort en tempels uit de 1e eeuw voor onze jaartelling en het kasteel van Hunedoara. Het is af en toe wel zoeken naar de weg en niet alle kuilen zijn te ontwijken, maar het land is mooi en in het kasteel van Hunedoara zit in een zaal een man gitaar te spelen. Een privé concert 16e eeuwse muziek. Zo mooi!!!!!


Het openluchtmuseum 'Astra' in Sibiu is een aanrader. Prompt vergeet ik mijn fotocamera, maar Els heeft een telefoon waarmee je foto's kunt maken. De kwaliteit van de opnames is naadje, maar dat geeft niet. Beter iets dan niets. Ik heb er lekker rondgekeken en aantekeningen gemaakt voor de modelbouw.

Sighisoara, Targu Mures, Bran met het kasteel van de Drakula (wat een onzin en wat een toeristen), oude weerkerken, Middeleeuwse forten, vergane glorie, Roemenië heeft alles.


Verder richting huis gaat de weg door Hongarije. De weg is lang en saai. In Szentendre, even boven Boedapest , bezoeken we het Szabadteri Neprajzi Muzeum; het etnografisch openluchtmuseum. Er is een windmolen, een paardenmolen, er zijn aardige aardige huisjes, boerderijen en een kerk. Ik kreeg de indruk dat we op deze mooie zonnige dag de enige bezoekers waren. Jammer. Het is een uitgestrekt park en het is er heerlijk rustig wandelen. 


De voorlaatste stop is in Straznice. Een wat gedateerde camping uit vervlogen tijden met een uiterst vriendelijke receptie. Niets mis mee dus eigenlijk. Er is een kasteel en, jawel, een openluchtmuseum. We bezoeken de kasteeltuinen en volgen als groep een rondleiding door het museum. Na afloop kunnen we stellen dat het een lief museumpje is met een werkelijk zeer goede rondleidster. Ze hebben alles goed voor elkaar. Hulde.

Van Straznice gaan we over een betonplaten weg naar Praag. Geen gaten, geen verzakkingen maar eindeloos, kedeng, kedeng, kedeng over de voegen. Het is ook nooit goed.

Op camping oase staat het vol met Nederlanders. Oranje vlaggetjes, oranje T-shirts, er is voetbal. We hebben niemand gesproken en niemand heeft iets gezegd. Vreemde mensen die Hollanders. Allemaal bang dat je ze iets afpakt of zo.

Het zit er weer op voor dit jaar, morgen nog een tussenstop en dan zijn we weer thuis. Nog iets bijzonders gebeurd ? ..... Ja, we zijn niet door naar de halve finale.


De gereden route.