2000-2001, Thailand

Ons plan:   

-1- Naar de hoogste waterval van Azië (Thi-Lor-Su bij Umphang),   

-2- Langs de Birma spoorlijn tot aan de grens,   

-3- Laos, en 

-4- de eilanden in het zuiden.

De originele foto's zijn voor een deel verloren gegaan maar de gescande afbeeldingen uit een reisverslag en een enkele foto van internet leveren toch nog een verhaal. 


Ayutthaya

Na aankomst in Bangkok gaan we gelijk door naar Ayutthaya waar we logeren in een eenvoudig hotel dat wordt gerund door vrouwen. Met de eigenaresse bezoeken we enkele sites waar o.a Portugezen en Hollanders hun handelspost hadden. Van 1634 tot 1767 had de Republiek der Verenigde Nederlanden hier een factorij.

Ook neemt ze ons mee naar het Historical study centre waar enkele prachtige diorama's te zien zijn.


Naar Nationaal Park Doi Khun Tan

Lekker derde klasse met de trein naar het Nationaal Park. In een tunnel gaat de trein langzamer rijden, als we uit de tunnel komen is er het station. Lang stilstaan doet de trein niet, we hebben amper tijd om uit te stappen.

De kamers in een guesthouse zijn allemaal bezet. Dikke pech, maar hoger op de berg is een leegstaand huis dat we kunnen gebruiken. Hartstikke leuk, maar de klim er naar toe in de hitte over een steil onverhard bospad was met volle bepakking hevig afzien.

Je zult getraind moeten zijn om hier bijzondere planten of dieren te kunnen zien. Mij lukt dat niet, met uitzondering van een dikke anderhalve meter lange slang die voor mijn voeten weg schiet. Het uitzicht vanaf de top van de berg viel ook niet echt mee.


Trekking naar de waterval Thi Lor Su

Vanuit Tak gaan we met de bus naar Mae Sot en vandaar met een songthaew naar Umphang. Het is een lange tocht achterop een pick-up over een slingerweg door de bergen. In Umphang maken we samen met de enige andere toeristen, een Nederlander, een Duitse juffrouw en een Deens koppel, een driedaagse trekking naar de Thi Lor Su waterval.


Mae Sariang

Het hotel is naadje, er is veel licht en veel lawaai. Het eethuisje verderop is echter goed en de blikken versiering langs de daken is heel mooi.


Mae Sam Leap

Op een gehuurde Yamaha 400 V-twin rijden we door het Nationaal Park naar Mae Sam Laep, een mooie tocht door een heuvellandschap met een weelderige natuur. Het dorp ligt aan de rivier. Aan de andere kant ligt Myanmar. Er zijn hier in de omgeving grote vluchtelingenkampen. We merken dat we constant in de gaten worden gehouden. Er is ook steeds een man in uniform bij ons in de buurt. Lokale mensen praten nauwelijks tegen ons. Dat gebeurt pas als we terug zijn in de stad en ze ons zien zitten bij een restaurant. Het echtpaar dat we eerder hadden ontmoet spreekt ons aan en geeft uitleg over hun terughoudendheid. De regering heeft het niet zo met pottenkijkers in dit gebied en ze moeten voorzichtig zijn in hun contact met buitenlanders.

Op de terugweg stopt 1 van de 2 cilinders. Alle kracht is uit de motor. Hulp is hier niet en ik heb ook geen gereedschap. Het duurt een eeuwigheid voor we weer terug zijn.


Lampang

Met een taxi gaan we naar de Wat Phratat Lampang Luang. Dit is de oudste houten tempel van Thailand en de geschiedenis gaat terug tot de 15e eeuw. Er is mooi houtsnijwerk en ook staat er een heel klein erg mooi beeldje. Een groep bustoeristen die binnen komt vallen is na 10 minuten weer weg, maar ons bezoek duurt wat langer. Het is hier mooi.

De taximan die ons heeft gebracht heeft genoeg van het lange wachten en besluit leeg terug te rijden. We rekenen op openbaar vervoer maar dat is hier niet te bekennen. Uiteindelijk krijgen we een lift van een man die zich heeft uitgedost als Elvis Presley en die het leuk vindt om rond te rijden in een grote witte auto. 

 

De volgende dag gaan we naar het olifanten opvangcentrum. Op TV hadden we een filmpje gezien van een olifant die op een landmijn was gestapt en daar verzorgd wordt. Donaties zijn niet voldoende om alles te bekostigen en dus zijn er olifanten shows met schilderende olifanten en zo. Het trok veel bezoek. In het verder in het bos gelegen 'ziekenhuis' was buiten de verzorgers niemand te zien, maar ja, dat was ook wel even een flinke wandeling. 


Phrae

De jonge man achter het loket van het busstation waar we een kaartje kochten naar Phrae was ronduit onbeschoft. Hoewel erg vervelend is dit een uitzondering. De taximan, en het personeel van het Maeyom Palace hotel zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam. Die maken weer een hoop goed.

's Avonds serveert het restaurant van het hotel een heerlijke Massaman currie. De groepsreizigers die na ons in het hotel arriveerden, hielden het veiligheidshalve op spaghetti waardoor ze veel hebben gemist.

Het lokale restaurantje verderop in de straat - veel TL licht en stukken goedkoper dan het hotel - dat we de volgende dag bezochten, serveerde eveneens waanzinnig lekker eten.

We bezoeken mooie tempels en maken op huurfietsjes tochtjes naar onder andere de geesten stad 'Phae Muang Phi'.  


Nan

In Nan komen niet veel toeristen. Ons hotel is van hout, gebouwd op doorwaaiing en redelijk basic. Allemaal goed en wel als er naast het hotel maar niet zo driftig wordt gebouwd. Het lijkt wel of we op een bouwplaats logeren.

Het blijkt niet mogelijk om van hier naar Chiang Mai te reizen en dus moeten we met de bus via Phrae en Lampang weer terug. Was dat erg? Nee, zo zien we het landschap twee keer en toch weer heel anders.


Chiang Mai

Chiang Mai is een bruisende stad. Niet voor niets reizen veel backpackers direct vanuit Bangkok hier naar toe. We bezoeken de nightmarket met stapels namaak artikelen en ik kan het niet nalaten een illegale CD met de laatste versie van AutoCAD te kopen. (Thuis blijkt die het vervolgens niet te doen). Thaise danseressen moeten de omzet van een openluchtrestaurant vergroten, kunstschilders schilderen alles na wat je maar wilt en zo vergapen we ons aan alles wat er te zien is.

De dagen er na worden gevuld met bezoeken aan toeristische plekken zoals de tempel op Doi Suthep. 


Mae Hong Son

Dit is een heerlijke plaats met mooie tempels, lekker eten en een prachtige uitvalsbasis voor diverse tochten in de omgeving. Vanaf Doi Kong Mu hebben we een prachtig uitzicht op de stad en zien een vliegtuig landen. Niet veel later arriveren de toeristenbusjes en worden we letterlijk opzij gedrukt door de horde met camera's behangen toeristen waarvan ik de nationaliteit maar niet zal noemen. Gelukkig duurt het fotomoment niet lang en keert de rust weer. De toeristenbusjes zullen hun lading lossen bij het grote toeristenhotel een eind buiten de stad.

Samen met een Hmong man en zijn vrouw staan we bij de tempel op de berg. We spreken elkaars taal niet, maar we genieten allebei van de omgeving.


Nai Soi

Op een gehuurd motorfietsje rijden we van Mae Hong Son naar Nai Soi, het dorp van de lang nek Karen. Het is een heerlijke omgeving en het is een genot om hier te rijden.

Het dorp is een soort reservaat waar de mensen nog leven volgens de oude tradities. Veel vrouwen dragen de halsringen waardoor de nek langer lijkt. Je kunt er je vraagtekens bij zetten, maar het levert wel inkomsten op. We nemen onze tijd en genieten van alles wat hier gebeurt. Wat is het heerlijk als je zelf je tijd kunt indelen.

Als toerist - en dat zijn wij tenslotte - bezoek je alles wat in de omgeving te zien is of op je pad komt. Zo ook de Pha Sua waterval. Een Thaise familie die daar ook is wil met ons op de foto. Het slaat allemaal nergens op maar ach, waarom ook niet. 


Mae Sai

Hier is de grensovergang naar het Birmese Tachileik. Het is een brug over een riviertje. en over de brug is het officiële grensverkeer met controles en alles wat daarbij hoort.

Het onofficiële grensverkeer vindt 's nachts voor ons hotel plaats. Auto's doven hun lichten en rijden naar de rivieroever. Daar gaan vervolgens veel goederen illegaal naar de overkant. De hotelbaas had ons erop opmerkzaam gemaakt. Vooral geen foto's maken had hij erbij gezegd. Als we enkele weken later in zuid Thailand zijn, lezen we in de krant dat vanaf het militaire kamp aan de Birmese kant van de rivier op de Thaise zijde was geschoten. Helemaal veilig was het er dus niet.


Doi Tung,

Als tegenwicht voor de drugshandel in het noorden van Thailand is een koninklijke villa gebouwd met daarbij mooi aangelegde tuinen. Met een huur motorfiets maken we een rondje naar deze tuinen en zien onderweg Akha vrouwen in mooie traditionele kledij. Door een verkeerde afslag volgen we zonder het te weten een lange weg door de bergen, strak langs de grens met Birma. Links en rechts zijn Birmese en Thaise militaire posten, soms zelfs mitrailleurnesten met zandzakken er omheen. We worden aangehouden en alles wordt gecontroleerd. Er kunnen voor de buitenwereld wel mooie tuinen worden aangelegd, maar het blijft een gevaarlijk gebied waar je vooral 's nachts niet moet komen. Het motorfietsje kan de hellingen maar net aan en komt amper vooruit. Als het donker wordt zien we de lichten van de stad waar we logeren en we zijn blij dat we weer terug zijn in de bewoonde wereld.


Drie landen punt

Dit deel van Thailand wordt ook wel de gouden driehoek genoemd en trekt veel bustoeristen. Lokale kinderen hebben zich hier helemaal op ingesteld. Ze zijn mooi aangekleed en als een bus stopt zingen ze in meerdere talen 'Een foto, een euro; one photo, one euro; eine foto, eine euro', en het werkt goed. Als de bus weg rijdt hebben ze een zak met euro's en wordt lachend een deel van de winst omgezet in ijsjes. 


Laos

We brengen de jaarwisseling door bij een kennis die we onderweg hebben ontmoet en de volgende dag nemen we de bus naar Chiang Kong waar we in een houten boot de rivier oversteken. Op de Laotiaanse oever bij Huay Xai is een douanepost waar we onze paspoorten laten afstempelen. Nu, anno 2018, is op Google maps te zien dat er een brug is gebouwd waarmee de romantiek van deze grensovergang is verdwenen.

Onze poging om met een vrachtschip de Mekong af te zakken strandt als we na een half uur vanwege een te lage waterstand vast komen te zitten op een zandbank. Als schipbreukelingen worden we van boord gehaald en zetten voorzien van een helm en een zwemvest onze reis voort in een speedboat. Abnormaal! Na twee uur gaan we helemaal dol van het lawaai aan land in Pak Beng.


Muang Xay

In Pak Beng stopt een bus die een dag later naar Muang Xay gaat. We kopen een kaartje en gaan aan boord. In  Muang Xay is niet veel te beleven en de dag er na reizen we af naar Luang Prabang.


Luang Prabang is een heerlijke stad waar we meerdere dagen doorbrengen. Helaas is het huren van een motorfiets voor buitenlanders niet mogelijk door een verbod van de overheid.

We gaan met een boot naar de grot van Pak Ou. Een prachtige tocht over de Mekong waarbij we onderweg ook nog aanleggen bij een dorp.

Vanuit Luang Prabang is door onlusten de route enigszins onzeker. Gelukkig rijdt de bus en kunnen we verder naar Vang Vieng. Vanuit het hotel horen we in de verte dat er flink met zwaar geschut wordt geschoten. De opstandelingen zijn niet ver hier vandaan, tenzij dit een oefening van het leger is natuurlijk.


Vang Vieng ligt in een prachtig gebied dat uitnodigt tot lange voettochten en we maken dan ook een mooie tocht in de omgeving. Als we langs een grot komen nodigt de bewaker ons uit om te komen kijken en ik kan het niet laten om met een gids af te dalen in een grot.

Als ik denk dat we weer naar buiten gaan wijst de gids een kleine doorgang en daarachter is een enorm grote ruimte. Van het een komt het ander en voor ik het weet maak ik met de gids een ondergrondse tocht op handen en voeten en soms schuivend op mijn buik door gangen en spelonken terwijl ik een accu lamp voor mij uit schuif. Heel avontuurlijk allemaal, maar eerlijk is eerlijk, ik had de tocht liever niet gemaakt. 


Na Vang Vieng volgt een rit naar Vientiane.

We bezoeken diverse plaatsen in de stad en we kopen een nieuwe camera. Ondanks dat er Canon op staat en het apparaat echt lijkt, weigert het toestel dezelfde dag al dienst. De verkoper keek niet blij toen we terug kwamen en ik mijn geld terug eiste.


De tocht naar de vallei der kruiken moeten we wegens onveiligheid laten schieten en we nemen een taxi naar de brug over de Mekong. Terug in Thailand gaan we met de bus naar Udon Tani en reizen verder naar Khon Kaen.

In Khon Kaen huren we weer een motorfietsje voor tochtjes in de omgeving en we genieten van het eten op de nightmarket. Verder is er in K-K niet veel te beleven. We gaan dan ook snel verder naar Ubon Ratchatani. Daarna is het gebeurd met goede bussen of treinen en de rit naar Pha Taem National Park gaat met afgeragde bussen waarvan de zittingen kapot zijn en de stuurinrichting af en toe een eigen wil heeft.

Het huisje waar we in overnachten heeft een mooi uitzicht over de rivier. Met een kleine taxi maken we een dagtocht, we bezoeken de prehistorische schilderingen en laten ons overhalen een boottocht te maken naar de 'two color river', het punt waar de Mun in de Mekong stroomt en het water twee kleuren heeft die zich vermengen.


Naar Pae Taem was een makkie, maar er weer weg komen valt niet mee. De taximan waar we mee hebben afgesproken komt niet opdagen en we verlaten het nationaal park achterop een vrachtwagentje met twee banken die een soort busdienst onderhoudt. Het is allemaal heel leuk en heel gezellig zo tussen de lokale bevolking, maar je moet geen grote afstanden willen afleggen want het neemt allemaal erg veel tijd. In Sisaket boeken we een hotelkamer.

Vanuit Sisaket maken we een rondje met bus en trein naar de ruïnes van de khmer tempel bij Wat Sa Kamphaeng Yai in Uthumphon Phisai. De dag er na gaan we naar de grote omstreden khmer tempel ruïne van Prae Vihan. De VN heeft de tempel toegewezen aan Cambodia, maar het plateau waar de tempel opstaat is verder helemaal Thai. Regelmatig zijn er onregelmatigheden. Er ligt een neergeschoten helikopter en er staan bordjes die waarschuwen voor landmijnen. We worden in de gaten gehouden door Cambodiaanse militairen en op de paden blijven is het devies. 


Birma spoorlijn

Van Sisaket nemen we de trein naar Bangkok en reizen vandaar naar Kantchanaburi. Het volgende reisdoel is de Birma spoorlijn. We bezoeken de begraafplaatsen, lopen over de beroemde brug en rijden een stuk met de trein.

Na Kantchanaburi gaan we naar de drie pagoden pas, de grens tussen Thailand en Birma. Veel van de spoorlijn is verdwenen en overwoekerd door oerwoud. Onderweg bij de Hellfire pass (Konyu cutting) is een herinneringscentrum en hebben Australiërs een deel van de lijn weer zichtbaar gemaakt. We lopen het hele stuk.


We gaan terug naar Kanchanaburi en reizen van daar met de bus naar het zuiden. 


Phang nga

In Phang Nga hebben we een keurige nieuwe hotelkamer die net groot genoeg is voor een bed en twee stuks bagage. De eigenaresse is niet erg toeschietelijk zullen we maar zeggen. Ze ziet er uit alsof ze er aan twijfelt of we ooit wel voor de kamer zullen betalen. 

We huren weer een motorfietsje en maken een toertocht door de rubberplantages. Van het kaartje met routes door het Nationaal Park Sanang Manora worden we niet veel wijzer. De logica van het afwisselend wel en niet asfalteren van de weg ontgaat ons ook.



Met een houten boot maken we een boottocht naar verschillende eilanden en het vissersdorp Koh Panyi.  Hierna nemen we de bus en reizen verder naar Trang waar we een man ontmoeten die een hotel heeft op het eiland Ko Sukorn. Het moet helemaal geweldig zijn en erg rustig want het is nog niet door de toeristen ontdekt. We besluiten dat Ko Sukorn ons volgende reisdoel wordt.


De boottocht naar Ko Sukorn was heftig. De zee was ruw en we vroegen ons af waar we aan waren begonnen. De huisjes bij het hotel waren erg simpel en niet voorzien van airconditioning. Het strand was heerlijk maar 's nachts was er geen elektriciteit en dus ook geen verkoeling door de aanwezige ventilator. Het lokale voedsel  was ook al geen succes en we hielden het voor gezien. Dit was duidelijk een geval van veel beloven en weinig waarmaken. Met een boot zijn we vervolgens over een spiegelgladde zee weer terug gevaren het vaste land. In Trang brengen we een rustige nacht door en boeken vervolgens de slaaptrein voor de terugreis naar Bangkok.